Pijn op de borst

Zuurstof tekort op het hart

Uw hart heeft, net als de rest van uw lichaam, zuurstof nodig. Dat krijgt het via een aantal slagaders die als een kroon of krans om het hart liggen: de kransslagaders. Als één of meer van de kransslagaders vernauwd of verstopt is, krijgt het hart te weinig zuurstofrijk bloed. U kunt dan bijvoorbeeld last krijgen van pijn op de borst en kortademigheid. Als een gedeelte van de hartspier afsterft door zuurstofgebrek, spreken we van een hartinfarct. Pijn op de borst wordt ook wel 'angina pectoris' genoemd.

Wat voelt u?

Bij een aanval, die gemiddeld vijf tot vijftien minuten duurt, voelt u een drukkende pijn midden op de borst. Deze kan uitstralen naar de kaken, armen of polsen, rug of schouderbladen. De klachten kunnen bij vrouwen heel anders zijn dan bij mannen. Door rust te nemen of het innemen van nitraten zoals een 'spray'tje of tabletje in de tong" verdwijnen de klachten.

Soorten

Er zijn twee soorten angina pectoris:

  • Stabiele angina pectoris: U heeft aanvallen die steeds (en alleen) optreden bij dezelfde mate van inspanning of emoties. Medicijnen kunnen de krampen onderdrukken.
  • Onstabiele angina pectoris of een dreigend hartinfarct: Uw klachten nemen in korte tijd (een aantal dagen of zelfs uren) toe en aanvallen treden ook op in rust. Medicijnen helpen niet om de krampen te verminderen.

Onderzoek en behandeling

Onderzoek naar pijn op de borst kan bestaan uit een hartfilmpje (ECG), een inspanningstest (fietstest), dobutamine stress echocardiografie, een CT of MRI-scan en hartkatheterisatie.

De behandeling kan bestaan uit medicijnen , een dotterbehandeling (al dan niet met plaatsing van een stent) en/of een bypassoperatie.

Dotterbehandeling

Een van de manieren om een vernauwing in een bloedvat op te heffen is een dotterbehandeling. Via de lies of pols wordt er een dun slangetje opgeschoven naar het hart. Zo'n slangetje heet een katheter. Een dotterbehandeling heet ook wel ballondilatatie, percutane transluminale coronaire angioplastiek (PTCA) of percutane coronaire interventie (PCI). Bij een dotterbehandeling van het hart wordt door de interventiecardioloog een ballonnetje via de katheter tot in de in een vernauwde kransslagader gebracht en daar opgeblazen. Dit opblazen wordt een aantal keren herhaald totdat het bloedvat wijd genoeg is en niet meer terugveert. Daardoor rekt de slagader op en kan het bloed er weer goed doorheen stromen. Meestal plaatst de cardioloog tijdens of direct na het dotteren een stent. Dat is een veertje dat het bloedvat openhoudt. De cardioloog plaatst een stent als de vaatwand blijft terugveren na het dotteren of wanneer er stukjes van de vaatwand loskomen.

Bypass operatie, omleidingsoperatie, CABG

De zuurstofvoorziening van het hart kan ook worden hersteld door een 'omleiding' of bypass te maken. Er wordt dan een stukje van een gezonde ader uit uw been en/of slagader uit uw arm of borstkas genomen. Deze ader/slagader wordt vastgemaakt aan uw kransslagader: de ene kant vóór de vernauwing/verstopping en de andere kant erná. Zo kan het zuurstofrijke bloed voortaan om de blokkade heen naar het hart stromen.

Uw hart heeft, net als de rest van uw lichaam, zuurstof nodig. Dat krijgt het via een aantal slagaders die als een kroon of krans om het hart liggen: de kransslagaders.

Als één of meer van de kransslagaders vernauwd of verstopt is, krijgt het hart te weinig zuurstofrijk bloed. U kunt dan bijvoorbeeld last krijgen van pijn op de borst en kortademigheid. Als een gedeelte van de hartspier afsterft door zuurstofgebrek, spreken we van een hartinfarct.