Hartfalen (decompensatio cordis)

In het kort:

  • Bij hartfalen heeft het hart minder pompkracht
  • Hierdoor wordt u bij inspanning snel moe en kortademig
  • U kunt benauwd worden en extra vocht vasthouden
  • Medicijnen zijn nodig om de klachten te verminderen en ernstig hartfalen te voorkomen

Wat is hartfalen?

Bij hartfalen is de hartspier verzwakt en niet meer in staat om voldoende bloed rond te pompen om aan de lichamelijke behoefte te voldoen. Hartfalen betekent dat uw hart minder zijn werk doet en minder bloed rond pompt. Door een verminderde pompwerking stroomt het bloed trager door het lichaam, blijft het soms achter (stuwing in bijvoorbeeld de longen, buik of benen) en komt het niet aan waar nodig is (sommige organen krijgen daardoor te weinig zuurstof). Als de pompfunctie van het hart verminderd is, kunt u vocht gaan vasthouden, wordt u benauwd bij inspanning of platliggen en raakt u eerder vermoeid. Uw hart kan door verschillende oorzaken kracht verliezen en minder goed pompen. De cardiologen van HartKliniek Nederland zijn allen gespecialiseeerd in hartfalen en hebben hiervoor bijzondere aandacht.

Vaak voorkomende oorzaken van hartfalen

Het hart kan door verschillende oorzaken gaan ‘falen’. Bijvoorbeeld als de hartspier is beschadigd door een hartinfarct. Als hoge bloeddruk lange tijd niet wordt behandeld, dan kan de kracht van de hartspier afnemen. Het hart moet dan langdurig op extra kracht pompen tegen de hoge druk in de bloedvaten in. Ook een lekkende hartklep kan hartfalen veroorzaken en op hogere leeftijd wordt de hartspier geleidelijkaan vanzelf zwakker. Ook kan hartfalen ontstaan bij ziekten van de hartspierwand zelf (cardiomyopathie). Hier ziet u op rij de meest voorkomende oorzaken van hartfalen:

Hartinfarct (hartinfarkt, hartaanval), zuurstof tekort op het hart

Als de bloedvaten vernauwd raken door dichtslibben (aderverkalking), stroomt er onvoldoende bloed naar een deel van het hart. Dit deel van het hart krijgt dan een tekort aan zuurstof en voedingsstoffen waardoor klachten kunnen ontstaan van pijn op de borst, angina pectoris en hartinfarct. Bij een hartinfarct sterft een deel van de hartspier af. Op die plaats vormt zich een litteken, dat niet samentrekt zoals de rest van de hartspier. Hierdoor kan de pompfunctie van het hart verminderen. Een hartinfarct kan hartfalen tot gevolg hebben, maar dit hoeft niet. In hoeverre dit wel gebeurt, is afhankelijk van de grootte van het hartinfarct.

Hoge bloeddruk

Een te hoge bloeddruk wordt veel gezien door huisartsen en cardiologen. U kunt uw bloeddruk ook gemakkelijk thuis zelfmeten. Een te hoge bloeddruk zorgt op langere termijn voor een verdikte, minder elastische en stijvere hartspier. De stijvere hartspier leidt op haar beurt weer tot verlies van pompkracht van het hart, waardoor het hart meer moeite heeft om het bloed rond te pompen door het lichaam. Dit kan uiteindelijk zorgen voor hartfalen.

Hartklepgebreken (lekkende of vernauwde hartkleppen)

De hartkleppen die in het hart aanwezig zijn, zorgen ervoor dat het bloed de goede kant op kan stromen door op het juiste moment open en dicht te gaan. Door verschillende oorzaken kan een hartklep minder goed (gaan) functioneren. De klep kan vernauwd zijn of raken of de klep kan (gaan) lekken. De meeste klepafwijkingen komen voor in de linker harthelft, bij de aortaklep en de mitralisklep (vooral mitralisinsufficiëntie en aortastenose). Bij een niet goed werkende hartklep kan er in de loop der tijd schade aan het hart ontstaan doordat het hart harder moet pompen. Op den duur kan hartfalen ontstaan.

Hartspierziekten

Bekende hartspierziekten bij hartfalen zijn bijvoorbeeld familiair/genetisch of non-familiair/nongenetisch (inclusief verworven vormen zoals myocarditis), hypertrofische, gedilateerde, restrictieve, aritmogene rechter ventrikel en overige cardiomyopathiën. Hierbij neemt de pompkracht van het hart af wat uiteindelijk kan zorgen voor hartfalen.

Hartritmestoornissen

Bij een hartritmestoornis is er sprake van een te snelle en vaak ook onregelmatige hartslag. Door deze hoge hartfrequentie en onregelmatigheid moet het hart meer inspanning te leveren om het bloed rond te pompen. Dit kan op langere termijn zorgen voor vermoeidheid van de hartspier met als gevolg het ontstaan van hartfalen.

Wat zijn de klachten (symptomen) bij hartfalen?

De klachten die u merkt, zijn vooral kortademigheid en kriebelhoest. Ook bij zitten en liggen kunt u het benauwd krijgen. Misschien slaapt u op meerdere kussens om wat meer lucht te krijgen. Als uw benauwdheid snel verergert, is er misschien vocht in de longen gekomen ('vocht achter de longen', zegt men ook wel). Soms hoopt het vocht zich op in de buik, benen en voeten. Bij vochtophoping in de buikholte krijgt u bijvoorbeeld een vol gevoel in uw buik en uw broekriem gaat strakker zitten. Als het hart minder goed pompt, komt het lichaam zuurstofrijk bloed te kort. Door dit tekort voelt u dat uw spierkracht minder is dan vroeger. Ook spieren hebben immers zuurstof nodig en zij gaan 'protesteren' als zij dit minder aangeboden krijgen door het hart. U merkt dan dat u sneller moe wordt bij inspanningen, zoals (trap)lopen of boodschappen doen. Een ander typerend verschijnsel van hartfalen is dat u er 's nachts vaker uit moet om te plassen, of dat u het benauwd krijgt als u voorover buigt of bukt. In het algemeen kunnen de volgende klachten worden ervaren:

  • Koude handen en voeten
  • Dikke enkels (oedeem), u kan er 'een putje' in drukken
  • Vermoeidheid
  • Kriebelhoest, prikkelhoest (vooral bij platliggen)
  • Kortademigheid en benauwdheid bij inspanning
  • Kortademigheid en benauwdheid bij platliggen in bed
  • Concentratieproblemen
  • Moeilijke stoelgang
  • Een vol gevoel in de bovenbuik, een opgezette buik
  • Plots zomaar zwaarder worden
  • Vaker eruit moeten 's nachts om te plassen en overdag minder
  • Slapeloosheid of onrustige slaap, duizeligheid
  • Verminderde eetlust

Medicijnen bij hartfalen

Medicijnen zijn nodig om de klachten te verminderen en te voorkomen dat hartfalen erger wordt. Neem uw medicijnen dagelijks nauwkeurig volgens voorschrift in. Welke middelen en in welke hoeveelheid verschilt per persoon. Vaak worden verschillende medicijnen tegelijk gegeven. Heel vaak worden de doseringen en de samenstelling van het 'combinatiepakket' aan hartmedicijnen door de cardioloog iedere keer aangepast als u op het spreekuur komt. Maatwerk in behandeling is namelijk heel erg belangrijk. Hieronder ziet u de meest gebruikte medicijnen bij hartfalen.

Plaspillen (diureticum, diuretica)

Bij hartfalen houdt uw lichaam vocht vast. U krijgt daarom plaspillen om het vocht af te voeren. Bijvoorbeeld furosemide of bumetanide. Als u plotseling meer vocht vasthoudt, dan heeft u meer plaspillen nodig. Als u veel vocht verliest kan het nodig zijn tijdelijk minder plaspillen te nemen, bijvoorbeeld bij diarree, overgeven, of als u veel zweet door koorts of bij heel warm weer. De dosering van het diureticum kan worden verlaagd als u voldoende ontwaterd bent. Zelfmanagement is een belangrijk onderdeel van een succesvolle behandeling, het levert een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van leven en verbetert de prognose. Een effectieve vorm van zelfmanagement is het aanpassen van de dosering van de diuretica mede op basis van een dagelijkse meting van het lichaamsgewicht.

ACE-remmers

Naast plaspillen krijgt u bij hartfalen meestal ook een ACE-remmer. Bekende ACE-remmers zijn benazepril, enalapril, fosinopril, perindopril, quinapril, ramipril, trandolapril, zofenopril, captopril en lisinopril. Een ACE-remmer verwijdt bepaalde bloedvaten en 'ontlast' het hart. Hierdoor daalt uw bloeddruk. Het hart heeft dan minder moeite om het bloed rond te pompen. Uw hart wordt zo minder belast en uw klachten nemen af. Als bijwerking kunt u even een licht gevoel in het hoofd krijgen wanneer u plots opstaat. Kom daarom langzaam overeind en houd u ergens aan vast. Deze bijwerking verdwijnt vaak, maar niet altijd,  bij langer gebruik. Sommige mensen krijgen een hinderlijke (kriebel)hoest van een ACE-remmer. Het medicijn kan dan eventueel worden vervangen door een ander medicijn (angiotensine II-remmer).

Bètablokkers

Bètablokkers (β-blokkers) vertragen de hartslag en verlagen de wandspanning in het hart zelf. Bekende medicijnen uit deze groep zijn metoprolol, nebivolol, bisoprolol en carvedilol. Hierdoor kan de pompkracht verbeteren en de klachten verminderen. Wanneer u met deze medicijnen begint, kunnen de klachten eerst verergeren. Maar na een paar maanden verbetert dit en begint de zeer gunstige werking. Daarom begint u met een lage dosering die geleidelijk wordt opgevoerd.

Sinusknoopremmers

Soms wordt in plaats van een betablokker of juist 'extra' (on top of) het geneesmiddel ivabradine (merknaam Procoralan®) voorgeschreven door de cardioloog. Klinisch onderzoek heeft aangetoond dat ivabradine bij patiënten met symptomatisch chronisch hartfalen de hartslag verlaagt en de cardiovasculaire mortaliteit of het aantal ziekenhuisopnames wegens hartfalen verlaagt, indien het wordt toegevoegd aan een optimale standaardbehandeling waaronder bètablokkers. Ivabradine wordt aanbevolen voor patiënten met een hartslagfrequentie van meer dan 70 slagen/minuut bovenop een maximaal getolereerde dosering bètablokker.

Aldosteron-remmer

Dit is een ander soort plaspil die ervoor zorgt dat uw nieren minder vocht vasthouden. Aldosteronantagonisten hebben bij hartfalen een eigen plaats. Een aldosteronantagonist, spironolacton of eplerenone, wordt gebruikt als aanvulling op behandeling met een diureticum, ACE-remmer en β-blokker bij persisterende (ernstige) symptomen van hartfalen (NYHA-klasse III-IV). 

Angiotensine II-remmer

Als u een ACE-remmer of een aldosteron-remmer niet verdraagt, dan wordt vaak een angiotensine (A) II-remmer voorgeschreven. Een andere naam voor deze groep medicijnen is: angiotensinereceptorblokkers (ARB’s). Candesartan en valsartan zijn bekende AII-remmers die bij hartfalen kunnen worden gebruikt. Daarnaast kunnen deze medicijnen als aanvulling worden gebruikt op behandeling met een diureticum, ACE-remmer (dus 'on top of', extra er naast) en β-blokker bij persisterende symptomen van hartfalen (NYHA-klasse II–IV).

Digoxine

Zo nodig krijgt u er digoxine (lanoxin®) bij om het hart wat rustiger te laten kloppen. Daarnaast vergroot het mogelijk (niet bewezen effect) de pompkracht van uw hart.

Nitraten

Nitraten zoals isosorbidemononitraat (monocedocard® retard) worden vooral gebruikt als u plotseling heel benauwd wordt van het hartfalen. Ze verwijden uw bloedvaten op verschillende plaatsen in uw lichaam. Hierdoor is het voor het hart gemakkelijker om het bloed rond te pompen. Nitraten verwijden vooral de kransslagaders van uw hart. Uw hart krijgt dan meer energie en kan beter pompen.

IJzerbehandeling bij hartfalen

IJzer suppletie door middel van een intraveneus infuus in dagbehandeling in HartKliniek Nederland is een relatief nieuwe behandelingsmogelijkheid bij Hartfalen. >> lees hier meer.

Wat is acuut hartfalen (asthma cardiale)?

Naast de eerder genoemde oorzaken kan er ook acuut hartfalen optreden. Zo kan er in een kort tijdsbestek vocht ophopen in de longen, wat zorgt voor een acute en hevige benauwdheid en kortademigheid. Deze klacht wordt ook wel astma cardiale genoemd. De klacht verergert meestal bij een liggende houding. De klacht komt daarom vaak 's nachts voor. Bij ernstige benauwdheid raadt HartKliniek u aan om direct uw huisarts of 112 te bellen.

Vocht-intake bij hartfalen

HartKliniek raadt u aan om bij hartfalen dagelijks een beperkte hoeveelheid vocht te drinken (altijd in overleg met uw cardioloog, meestal maximaal 1,5 tot 2 liter) en zeer spaarzaam te zijn met zout of helemaal geen zout meer te gebruiken. Naarmate u meer of minder vocht tot zich neemt, wordt er meer inspanning van het hart verlangd. Al het vocht dat u drinkt komt immers in uw bloedbaan terecht en moet worden rondgepompt door uw hart en zout zorgt ervoor dat vocht wordt vastgehouden in het lichaam. Wees daarom heel zuinig met zout, want door zout houdt uw lichaam extra vocht vast. Voeg geen zout toe aan het eten en vermijd kant en klare producten (ook soepen) met een hoog zoutgehalte. Dit kan op langere termijn zorgen voor verergering van het hartfalen. Controleer en noteer elke ochtend bij het opstaan uw gewicht. Als u in enkele dagen meer dan twee kilo aankomt, kan het zijn dat dat u vocht vasthoudt. 

Overige adviezen bij hartfalen

U kunt zelf veel doen om klachten van hartfalen te verminderen en ernstige klachten tegen te gaan. Zorg dat u fit blijft, beweeg regelmatig. Voor de een betekent dit dagelijks een halfuur wandelen of fietsen. Voor een ander betekent het een keer extra de trap op of de tuin in lopen. Bij ernstig hartfalen (kortademigheid bij stilstaan of zitten) kunnen deze inspanningen al te veel zijn. U moet zich dan niet forceren. Overgewicht is een extra belasting voor het hart. Door gezond te eten en regelmatig te bewegen raakt u overtollige kilo’s kwijt. Blijf wel voldoende eten zodat u een normaal gewicht behoudt. Drink liever geheel geen alcohol of beperk het drinken van alcohol tot 1 glas per dag. Alcohol is slecht voor uw hart en kan hartfalen verergeren. Stop met roken. Roken vermindert de doorbloeding van de hartspier. Daardoor kan de conditie van uw hart (verder) achteruit gaan. Meervoudig onverzadigde vetzuren lijken de kans op ernstig hartfalen te verminderen. Eet bij voorkeur 2 keer per week vette vis (zoals makreel, zalm of haring). Vrijen mag, maar 'luister naar uw lichaam': doe het rustig aan als u merkt dat het te veel inspanning kost (tip: bespreek dit met uw cardioloog in HartKliniek; zij staan hier open voor en zijn hierin extra gespecialiseerd!). Vliegreizen maken kan. Maar als u ook met medicijnen lichte klachten houdt, dan wordt verblijf op grote hoogte (boven 1500 tot 2000 m) en in heel warme en vochtige gebieden afgeraden. Als u zittend in een stoel al kortademig bent, dan kunt u beter niet autorijden.

Vraag onze cardioloog naar uw prognose

De prognose bij hartfalen is zeer variabel en onder andere afhankelijk van de ernst, de etiologie, de leeftijd van de patiënt, comorbiditeit en de reeds gebleken snelheid van progressie. Factoren die wijzen op een ongunstige prognose zijn bijvoorbeeld: Hoge leeftijd, ischaemische (zuurstofgebrek) aandoeningen, eerdere hospitalisaties (ziekenhuisopnames) wegens decompensatio cordis (overvulling) en een status na reanimatie. Maar ook bijvoorbeeld het aanwezig zijn van hypotensie (lage bloeddruk), invaliderende (ernstige) klachten (NYHA-klasse III-IV), nierfunctieverlies en een lage EF (ejectiefractie, 'pomp/knijpkracht'- waarde van de linker hartkamer) spelen een rol. Het effect van behandeling op de prognose is op individueel niveau vaak moeilijk te voorspellen. Ongeveer de helft van de sterfgevallen onder patiënten met hartfalen is gerelateerd aan plotselinge hartdood. Het is gebleken dat farmacologische interventie bij patiënten met hartfalen de morbiditeit en mortaliteit aanzienlijk verlaagt. Het voorkomen van plotselinge hartdood moet beschouwd worden als een belangrijk doel van de behandelingsstrategie van patiënten met hartfalen. In sommige gevallen, bij een zeer ernstig verminderde hartspierpomp-functie of bij bepaalde hartritmestoornissen, kan er preventief een ICD (inwendig hartschok-apparaat)worden geïmplanteerd.

Seksualiteit bij hartfalen

Seksuele disfunctie komt veel voor bij patiënten met cardiovasculaire ziekten en wordt met name veroorzaakt door bijwerkingen van geneesmiddelen, psychologische factoren, vermoeidheid en depressie. Er is weinig onderzoek verricht naar de risico's of mogelijk (on)gunstige effecten van sex bij patiënten met hartfalen. Een licht verhoogd risico op verergering na seks bij patiënten met hartfalen NYHA-klasse III-IV is wel gerapporteerd. Klachten als kortademigheid, hartkloppingen, of pijn op de borst kunnen in zeldzame gevallen optreden terwijl bij een vergelijkbaar niveau van niet-seksueel gebonden lichamelijke inspanning hiervan geen sprake is. Bespreek uw klachten en onzekerheden met onze cardioloog. In HartKliniek hebben wij speciale aandacht voor dit probleem.

Wanneer komt u vervroegd bij ons terug op het spreekuur?

Klachten en verschijnselen van verslechtering waarbij u contact op moet nemen met ons voor een vervroegde controle-afspraak:

Bel direct 112 als u het niet vertrouwd !

  • Zomaar plots toenemende (onverwachte) kortademigheid
  • Onverwachte forse toename in gewicht (meer dan 2 kg binnen 3 dagen)
  • Zichtbaar vasthouden van vocht, bijv. de broekriem moet een gaatje verder, de schoenen zitten strakker (neem eventueel eerst extra plaspillen in!)
  • Toenemende vermoeidheid
  • Aanhoudende of terugkerende duizeligheid
  • Agitatie of cognitieve veranderingen, verwardheid
  • Hartkloppingen
  • Slaapproblemen als gevolg van toenemende nachtelijke benauwdheid (meer rechtop moeten slapen in bed)

Arbeidsgeneeskundige aspecten

Voor de groep patiënten met hartfalen, jonger dan 65 jaar, is arbeid een belangrijk aspect van het maatschappelijk leven. De arbo-arts is bij het bepalen van arbeidsbelasting en re-integratie bepalend. Dit hoort altijd in overleg te gaan met uw behandelend cardioloog. De participatie en het functioneren in arbeid kan bij patiënten met hartfalen problematisch zijn. Bij arbeid in relatie tot hartfalen kunnen in het algemeen de volgende vragen worden gesteld:

  1. Wat zijn in het werk oorzakelijke, predisponerende en onderhoudende factoren?
  2. Welke factoren/aspecten zijn relevant om het participeren in arbeid van patiënten met hartfalen optimaal te behouden of te herstellen?
  3. Welke werkgerelateerde factoren/aspecten zijn relevant in relatie tot hartfalen?
  4. Kunnen werkgerelateerde interventies worden benoemd die het ziektebeeld beïnvloeden? 

Voorbeelden van werkgerelateerde factoren voor het ontstaan en onderhouden van hartfalen zijn: de combinatie van hoge werkdruk en weinig stuurmogelijkheden, 'effort-reward imbalance', onrechtvaardigheid en ploegendienst. Een aantal werkgebonden stressoren zijn ongunstig voor hartfalen. Bij vrouwen speelt vooral de dubbele belasting door werk en familieproblemen een belangrijke rol. Uitlokkende factoren (zware lichamelijke inspanning, piekbelasting, forse emotionele stress bij conflicten, deadlines in het werk) kunnen een verergering van het hartfalen veroorzaken. Er moet met alle factoren rekening moeten worden gehouden. Zo nodig moet u hiertegen worden beschermd, indien er door medicatie en fysieke of mentale training onvoldoende bescherming bestaat.

Beslist geen 'hartfalenpoli' waar u alleen begeleid wordt door een verpleegkundige

  

Bij hartfalen komt u regelmatig voor controle in HartKliniek. Bij ons is deze controle altijd alleen bij de cardioloog zelf. Onze cardiologen zijn expert op het gebied van hartfalen. Zij behandelen u op een persoonlijk wijze met veel aandacht voor uw omgevingsfactoren en uw situatie. De begeleiding van de patiënt met hartfalen behoeft voortdurend aandacht. Onze cardiologen laten u daarom niet terugkomen op een 'hartfalenpoli' bij een verpleegkundige zoals dat in het ziekenhuis vaak gebeurd, maar maken zelf tijd voor u vrij. Zo vaak als dat nodig is. Wij stellen u in staat om laagdrempelig uw klachten en verschijnselen, therapie, bijwerkingen en zelfzorggedrag te bespreken met ons. Wij geven u informatie met betrekking tot het ziektebeeld, leefregels, dieetadviezen over zout, alcohol en vocht gebruik, lichaamsbeweging, dagelijks wegen, aanwijzingen hoe te handelen bij verergering van uw klachten etc. Daarnaast overleggen wij zo dat nodig is rechtstreeks met zorgverleners in andere echelons (uw huisarts, verpleeghuisarts, revalidatiearts, thuiszorg etc). Blijf onze adviezen goed opvolgen en neem uw medicijnen iedere dag in. Als u de medicijnen een paar dagen vergeet, krijgt uw hart het weer zwaarder. Ook als u de medicijnen zorgvuldig heeft ingenomen, kunnen de klachten soms tijdelijk toenemen of verminderen, vaak zonder duidelijke reden.