Niet-beïnvloedbare risicofactoren

Niet iedereen loopt evenveel kans op het krijgen van een hart- en vaatziekte. Dit heeft te maken met de risicofactoren, die met name betrekking hebben op het risico op het ontwikkelen van aderverkalking. Deze risicofactoren komen vaak samen voor en versterken elkaar. Er bestaan beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare risicofactoren. De niet-beïnvloedbare risicofactoren zijn:

Leeftijd

Het risico op het ontstaan van hart- en vaatziekten neemt toe met de leeftijd. Naarmate men ouder wordt, is het daarom steeds belangrijker om de beïnvloedbare risicofactoren te vermijden. Gezonde voedingsgewoonten, een gezond lichaamsgewicht, voldoende beweging en niet roken spelen hierbij een belangrijke rol.

Geslacht

Er zijn grote verschillen tussen mannen en vrouwen op het gebied van hart- en vaatziekten. Zo hebben mannen op relatief jongere leeftijd een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en krijgen vrouwen er op latere leeftijd mee te maken, vaak pas na de overgang (menopauze). Tot de menopauze zijn vrouwen namelijk relatief beschermd tegen hart- en vaatziekten door het geslachtshormoon oestrogeen. Ook hebben vrouwen dikwijls hartklachten die niet direct het gevolg zijn van aderverkalking (atherosclerose), maar wel met de kransslagaderen te maken hebben. HartKliniek heeft bijzondere aandacht voor het verschil tussen mannen en vrouwen wat betreft de aard en de oorzaak van de hartklachten.

Erfelijke aanleg

Het is een bekend verschijnsel dat hart- en vaatziekten (aderverkalking) meer in bepaalde families lijken voor te komen. Echter het is niet heel makkelijk om op basis hiervan direct een conclusie te trekken over erfelijkheid. Er bestaat immers geen test waarmee de erfelijkheid van hart- en vaatziekten (aderverkalking) eenvoudig kan worden vastgesteld. Atherosclerose is namelijk een multifactorieel (van vele factoren afhankelijk) ziektebeeld en waarschijnlijk ook een ziektebeeld dat door meerdere genetische factoren beïnvloed wordt.

Omdat hart- en vaatziekten nu eenmaal veel voorkomen in de bevolking, is de kans dat er meerdere gevallen binnen één familie zijn sowieso al niet klein. Daarnaast zijn families nogal verschillend van samenstelling, immers hoe groter het gezin, hoe meer kans dat er iemand tussen zit die een hart- of vaatziekte krijgt. Ook wordt het risico op atherosclerotische hart- en vaatziekten binnen een familie niet alleen door erfelijkheid bepaald, maar ook door risicogedrag (bijvoorbeeld kinderen die vaker roken als hun ouders roken). Uit onderzoek blijkt echter wel dat als een eerstegraads familielid (ouders, broer of zus) op relatief jonge leeftijd (voor het 65e levensjaar bij vrouwen, voor het 55e levensjaar bij mannen) een atherosclerotische hart- of vaatziekte heeft gehad, er een verhoogd risico (ongeveer 2,5 keer) is op het krijgen van hart- en vaatziekten.

Menopauze

In de overgang verandert het lichaam van een vrouw doordat de aanmaak van het hormoon oestrogeen stopt. Hierdoor hebben vrouwen kans dat hun bloeddruk en cholesterolgehalte stijgt. Ook kunnen zij last krijgen van overgewicht en diabetes. Deze aspecten zijn allemaal risico’s voor hartklachten. Na de menopauze maken vrouwen een “inhaalslag” en loopt het proces van aderverkalking sneller dan bij mannen. Al rond het 30ste jaar beginnen de oestrogeenspiegels te dalen tot aan de menopauze rond het 50ste jaar. Het maakt voor het risico op hart- en vaatziekten niet zoveel uit of de menopauze begint met 47 of met 52 jaar. Een vroege menopauze (onder de 40 jaar) is echter wel een risicofactor voor hart- en vaatziekten.

Pre-eclampsie

Zwangerschapsvergiftiging of pre-eclampsie is een complicatie die kan optreden bij een zwangerschap. Het is een combinatie van een te hoge bloeddruk en eiwitverlies via de urine. Het komt voor bij 3-5% van alle, vooral eerste, zwangerschappen. Pre-eclampsie gaat in 10-20% over in het HELLP syndroom (Hemolyse, Elevated Liverenzymes, Low Platelets).

Het HELLP syndroom is een ernstige zwangerschapscomplicatie. Na de bevalling verdwijnen de symptomen van pre-eclampsie of HELLP syndroom veelal weer binnen enkele dagen of weken. De meeste vrouwen worden verder niet meer gecontroleerd indien de bloeddruk zich hersteld heeft. De afgelopen jaren is echter steeds duidelijker geworden dat vrouwen na een doorgemaakte pre-eclampsie/HELLP een verhoogd risico hebben op hart- en vaatziekten.

Vrouwen met een doorgemaakte pre-eclampsie hebben een hoger risico op met name een hoge bloeddruk (hypertensie), maar ook op een verhoogd cholesterol, overgewicht en suikerziekte (diabetes).

Nierinsufficiëntie

Bij patiënten met een gevorderd stadium van nierziekte (nierinsufficiëntie) is er een verhoogde kans op hart- en vaatziekten (aderverkalking). Dit heeft te maken met in het bloed circulerende afvalstoffen die onvoldoende met de urine uitgescheiden worden. Deze afvalstoffen kunnen een aderverkalking (atherosclerose) bevorderend effect op de vaatwand hebben. Overigens bestaat ook de omgekeerde relatie, aangezien nierziekten vaak het gevolg zijn van aderverkalking van de kleine bloedvaatjes in de nieren.

Reumatische ziekten (chronische ontsteking)

In het proces van het ontstaan van aderverkalking (atherosclerose) speelt beschadiging van de vaatwand een belangrijke rol. Deze beschadiging kan onder andere ontstaan door een chronischontstekingsproces in het lichaam, zoals dit dikwijls bij reumatische ziekten het geval is. Uit onderzoek blijkt dat langdurig actieve ontstekingsreuma (reumatoïde artritis) de kans op hart- en vaatziekten ongeveer twee keer zo groot kan maken.

Radiotherapie ten behoeve van een kankerbehandeling

Bestraling in het thoraxgebied kan problemen geven. Dit is met name te zien bij mediastinale bestraling bij lymfeklierkanker (lymfomen) en thoracale bestraling bij borstkanker (mammacarcinoom). Mogelijke complicaties zijn pericarditis (ontsteking van het hartzakje), hartfalen, hartklepproblemen en coronairlijden. De problemen treden nog jaren na de bestraling op.

Chemotherapie ten behoeve van een kankerbehandeling

Chemotherapie kan op 2 manieren schade geven. Het kan de cel ‘kapot’ maken, waarbij herstel van de cel niet meer mogelijk is. De bekendste groep middelen die deze vorm van schade veroorzaken zijn antracyclinen. Deze middelen worden vooral gebruikt bij lymfoom, borstkanker en botkanker. Het is mogelijk dat iemand tijdens de behandeling met chemotherapie hartfalen krijgt, maar dit kan ook jaren na de behandeling nog ontstaan. Ook kan chemotherapie de cel tijdelijk ‘uitschakelen’ waarbij herstel wel weer mogelijk is. Dit wordt vaak gezien bij Trastuzumab (herceptin). In de praktijk komen beide vormen van schade overigens ook wel samen voor.