Medicatie of leefstijl: een keuzehulp op basis van het lipidenprofiel
Hart- en vaatziekten zijn een multifactoriële ziekte met risicofactoren, waar ook de wens van de patiënt meegenomen dient te worden. [...]
Een patiënt van 68 jaar komt op het spreekuur met sinds enkele weken dikke, gezwollen enkels. “Vocht vasthouden”, zegt hij zelf. Perifeer oedeem is een van de meest voorkomende klachten in de huisartsenpraktijk en de differentiaaldiagnose is breed. Toch is de vraag die er in de spreekkamer eigenlijk toe doet vaak simpel: moet ik hier aan het hart denken, of niet? Dit stuk geeft u een praktische leidraad om die vraag snel en betrouwbaar te beantwoorden, en wanneer verwijzing zinvol is.
Oedeem aan de benen berust in de meerderheid van de gevallen niet op hartfalen. Veneuze insufficiëntie is verreweg de meest voorkomende oorzaak, gevolgd door medicatiebijwerkingen (calciumantagonisten, NSAID's, corticosteroïden), lymfatische oorzaken en - minder vaak - renale of hepatische origine door hypoalbuminemie. Tabel 1 geeft de belangrijkste onderscheidende kenmerken weer.
Vier elementen helpen u in de spreekkamer om cardiaal oedeem waarschijnlijker of onwaarschijnlijker te maken:
Geen van deze elementen is op zichzelf doorslaggevend. De combinatie van anamnese, lichamelijk onderzoek en een laag NT-proBNP maakt hartfalen echter in de praktijk zeer onwaarschijnlijk, en voorkomt onnodige verwijzing of diagnostiek. Figuur 1 vat dit stappenplan samen.
Bij een laag NT-proBNP en afwezigheid van alarmsymptomen kan de huisarts het beleid zelf voortzetten: evalueer medicatie als mogelijke oorzaak, geef leefstijladvies (beweging, been hoog leggen, steunkousen bij veneuze insufficiëntie) en vervolg het beloop.
Verwijzing naar de cardioloog is aangewezen bij:
Bij twijfel kan laagdrempelig telefonisch worden overlegd of een meedenkadvies worden aangevraagd via zorgdomein; dat voorkomt zowel onder- als overdiagnostiek.
Een veelgestelde vraag is of een proefbehandeling met een lisdiureticum (furosemide) zinvol is bij onduidelijk oedeem. Dat raden wij af zolang de oorzaak niet is vastgesteld: het effect van diuretica is aspecifiek (ook veneus of medicamenteus oedeem reageert er vaak (deels) op) waardoor een proefbehandeling geen onderscheidend vermogen heeft, terwijl het risico’s met zich meebrengt (elektrolytstoornissen, nierfunctieverslechtering, maskering van de onderliggende diagnose). Stel eerst de werkdiagnose vast, desnoods met NT-proBNP of verwijzing, en start diuretica pas gericht bij bevestigd hartfalen. Bij veneuze insufficiëntie is compressietherapie de aangewezen eerste stap, niet een diureticum.
Bij twijfel over de cardiale origine van oedeem denkt HartKliniek graag met u mee. Via ons zorgdomein meedenkadvies kunt u snel overleggen of, indien nodig, uw patiënt laagdrempelig laten beoordelen, zo voorkomen we samen onnodige diagnostiek en onnodige ongerustheid bij uw patiënt.
1. NHG-Werkgroep Hartfalen. NHG-Standaard Hartfalen (vierde herziening). Utrecht: NHG, 2021.
2. McDonagh TA, Metra M, Adamo M, et al. 2021 ESC Guidelines for the diagnosis and treatment of acute and chronic heart failure. Eur Heart J. 2021;42(36):3599-3726.
3. McDonagh TA, Metra M, Adamo M, et al. 2023 Focused Update of the 2021 ESC Guidelines for the diagnosis and treatment of acute and chronic heart failure. Eur Heart J. 2023;44(37):3627-3639.
4. NHG-Werkgroep Varices. NHG-Standaard Varices. Utrecht: NHG, 2022.
5. Fuat A, Murphy JJ, Hungin APS, et al. The diagnostic accuracy and utility of a B-type natriuretic peptide test in a community population of patients with suspected heart failure. Br J Gen Pract. 2006;56(526):327-333.
Heeft u inhoudelijke vragen aangaande het onderwerp van deze nieuwsbrief? Stuurt u dan gerust een email naar communicatie@hartkliniek.com.
Hart- en vaatziekten zijn een multifactoriële ziekte met risicofactoren, waar ook de wens van de patiënt meegenomen dient te worden. [...]
In de spreekkamer komt regelmatig de vraag naar voren of dit dagelijkse kopje koffie schadelijk is voor het hart. [...]
Slimme zogenaamde “smart-watches” horloges worden steeds vaker ingezet om atriumfibrillatie (AF) vroegtijdig op te sporen. [...]