MicroVasculaire Angina pectoris / Microvasculaire coronaire disfunctie (MCD)

Hart- en vaatziekten bij vrouwen
Ischemische hartziekten (zuurstof tekort naar het hart) blijft de belangrijkste oorzaak van morbiditeit en mortaliteit (sterfte) onder vrouwen en mannen. Bij vrouwen worden de klachten echter vaak niet of pas laat herkend, wat kan leiden tot vertraging in het stellen van de diagnose met als gevolg onvoldoende behandeling en begeleiding van de patiënt.

Het is niet eenvoudig het verschil te zien tussen relatief onschuldige overgangsklachten en potentiële hartklachten. Rond de overgang neemt de productie van vrouwelijke hormonen als oestrogeen af. Oestrogenen zorgen voor een natuurlijke vaatverwijding en hebben een beschermende werking tegen hart- en vaatziekten. In de vruchtbare leeftijd hebben vrouwen daardoor minder kans op hart- en vaatziekten dan mannen, maar na de overgang is dit risico gelijk. Veel van de overgangsklachten (opvliegers, nachtzweten, slecht slapen en vermoeidheid) kunnen lijken op klachten die veroorzaakt worden door hart- en vaatziekten.

Microvasculaire angina pectoris/microvasculaire coronaire dysfunctie (MCD) wordt gezien als een vroege uiting van een disbalans/verstoring tussen zuurstofaanbod en zuurstofvraag van het hart. Een toename van deze disbalans zal uiteindelijk leiden tot ische¬mie (zuurstoftekort naar het hart). Angina pectoris die optreedt als gevolg van MCD wordt ook wel microvasculaire angina pectoris genoemd. Dit is een ischemi¬sche hartziekte, die niet door epicardiaal coronarialijden maar door dysfunctie van de kleine vaatjes van het hart wordt veroorzaakt.

Vrouwspecifieke risi¬cofactoren zoals pre¬-eclampsie ('zwangerschapsvergiftiging'), zwangerschapsdiabetes en een premature menopauze, bevorderen de endotheel¬dysfunctie bij vrouwen op jonge leeftijd en zijn geassocieerd met een grotere kans op hart- en vaatziekten op latere leeftijd.

Ischemische hartziekten kunnen blijvende schade verrichten aan de hartspier en uiteindelijk leiden tot hartfalen, als er niet op tijd een behandeling wordt ingezet. Derhalve is het belangrijk dat de diagnose op tijd gesteld wordt.

Classificatie van Microvasculaire coronaire dysfunctie (MCD)

MCD classificatie

  • Type 1: In afwezigheid van myocardziekten en obstructief coronairlijden
  • Type 2: In myocardziekten (bijvoorbeeld hypertrofische cardiomyopathie, dilaterende cardiomyopathie, amyloidose, myocarditis, aortaklepstenose)
  • Type 3: In obstructief coronairlijden (acuut coronair syndroom, stabiel coronairlijden)
  • Type 4: Iatrogeen (na PCI, CABG)

Algemene risicofactoren die het krijgen van hart en vaatziekten vergroten:

  • Leeftijd
  • Roken
  • Overgewicht
  • Diabetes Mellitus
  • Hoge bloeddruk (hypertensie)
  • Hoog cholesterol (hypercholesterolemie)

Vrouw specifieke risicofactoren:

  • Vroege menopauze
  • Hoge bloeddruk (Hypertensie) of Diabetes tijdens zwangerschap
  • Miskramen
  • Vroeggeboorte
  • Groeibeperkt kind
  • Depressie
  • Migraine

Klachten waar patiënten alert op moeten zijn:

  • Een klemmend of zwaar gevoel op de borst
  • Pijn tussen de schouderbladen, kaak, nek of rug
  • Kortademigheid
  • Extreme moeheid en hoofdpijn
  • Duizeligheid en misselijkheid
  • Plotseling heftig zweten
  • Benauwdheid na rustig traplopen of fietsen
  • Hartkloppingen

Omdat klassieke cardiovasculaire risicofactoren ook een rol spelen bij MCD en epicardiale spasmen wordt geadviseerd deze goed te reguleren.

Preventie is uitermate belangrijk. Er zijn een aantal adviezen die gevolgd kunnen worden om de risico op het krijgen van hart- en vaatziekten verminderen.

  • Behandeling van hypertensie/hoge bloeddruk
  • Stimuleer actief leven/meer bewegen. Per dag 30 minuten in beweging/actief zijn of 3x per week 1 uur.
  • Stoppen met roken
  • Onderzoek van bloedglucose en indien sprake van Diabetes Mellitus, dit adequaat behandelen
  • Onderzoek cholesterol waarden (lipidenprofiel), indien afwijkend, adequaat behandelen
  • Gezond gewicht nastreven

Medicamenteuze behandelopties voor MCD en coronair spasme

  • Aspirine. De rol van aspirine in de behandeling van MCD is niet eenduidig. Bij patiënten met een doorgemaakt event is de indicatie voor aspirine duidelijk. Ook bij patiënten met niet-obstructief epicardiaal coronairlijden wordt aspirine liberaal voorgeschreven. In het kader van primaire preventie en bij coronairspasme zonder obstructief coronairlijden wordt aspirine echter niet routinematig geadviseerd.
  • Diltiazem (non-dihydropiridinen)/Nifedipine (dihydropiridinen). Bij patiënten met overwegend klachten in rust worden calciumantagonisten aangeraden omdat deze effectief bleken bij zowel epicardiale spasmen als MCD.
  • Atenolol/Nebivolol. β-blokkers worden aangeraden bij patiënten met overwegend inspannings gerelateerde klachten. Atenolol verbetert inspanningscapaciteit en angineuze klachten. Nebivolol is niet alleen een selectieve β-1 receptor blokker, maar heeft ook vasodilatatoire effecten.
  • Statines worden, naast hun cholesterolverlagende werking aanbevolen vanwege hun gunstige effect op de endotheelfunctie. Daarnaast hebben meerdere studies een gunstig effect laten zien van statines ter preventie van aanvallen van coronairspasmen.


Deze nieuwsbrief is tot stand gekomen door HartKliniek cardioloog dr. Sinem Kilic.

Heeft u inhoudelijke vragen aangaande het onderwerp van deze nieuwsbrief? Stuurt u dan gerust een email naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Publicatiedatum: 15 februari 2021.


Referenties:

  • NVVC Richtlijn/Leidraad: Pijn op de borst zonder obstructief coronairlijden 2020.

  • Viviany R. Taqueti, MD, MPH and Marcelo F. Di Carli, MD. Coronary Microvascular Disease Pathogenic Mechanisms and Therapeutic Options: JACC State-of-the-Art Review. J Am Coll Cardiol. 2018 Nov 27; 72(21): 2625–2641.

  • Filippo Crea, Paolo G. Camici, and Cathleen Noel Bairey Merz. Coronary microvascular dysfunction: an update. Eur Heart J. 2014 May 1; 35(17): 1101–1111.

  • Chrisandra Shufelt, MD, MS, Associate Director, Christine Pacheco, MD, Clinical Research Fellow, Marysia S. Tweet, MD, Assistant Professor of Medicine, and Virginia M. Miller, MBA, PhD, Professor, Surgery and Physiology. Sex-specific physiology and cardiovascular disease. Adv Exp Med Biol. 2018; 1065: 433–454.