arrow_left Alle nieuwsbrieven

NT-proBNP in de praktijk

In de dagelijkse praktijk worden wij regelmatig geconfronteerd met patiënten die last hebben van kortademigheid met of zonder oedeem aan de benen. Sinds de introductie van de BNP (later gevolgd door de NT-proBNP) bepaling in het bloed wordt er vaak gebruik van gemaakt, gezien de diagnostische waarde van de test in het kunnen onderscheiden van patiënten die wel of geen hartfalen hebben.


Allereerst moet er gezegd worden dat perifere oedemen aan de benen (patiënten hebben het dan meestal over “dikke benen” of “vocht vasthouden in de benen”) een zeer aspecifiek symptoom is dat weliswaar zou kunnen passen bij hartfalen, maar het meestal niet is.


Meestal berust oedeem aan de benen op veneuze insufficiëntie en niet op hartfalen. Ter uitsluiting van hartfalen kan het plasma NT-proBNP of het BNP worden bepaald. Let wel op dat er verschillende afkapwaarden bestaan voor de twee bepalingen

Bovenstaande waarden moet je uiteraard interpreteren in het klinische context en zijn toepasbaar in geval van geleidelijk ontstaan hartfalen.


NT-proBNP is niet specifiek voor hartfalen en kan ook verhoogd zijn bij onder andere de volgende condities: nierinsufficientie, boezemfibrilleren, mycocarditis, myocardinfarct, hypertensie, linkerventrikelhypertrofie, aortaklepstenose, pulmonale embolieën, overvullings toestanden zoals bij primair hyperaldosteronisme, syndroom van Cushing en levercirrose met ascites (1).


Het NHG-standaard uit 2010 (2) is als volgt: Maak bij vermoeden van hartfalen een ECG en bepaal het (NT-pro)BNP. Bij een abnormaal ECG of een verhoogd (NT-pro)BNP is nader onderzoek geïndiceerd in de vorm van aanvullend laboratoriumonderzoek, echocardiografie* en eventueel een thoraxfoto. De afkapwaarden voor (NT-pro)BNP verschillen bij acuut hartfalen (NT-proBNP >400 pg/ml; BNP >100 pg/ml) en geleidelijk ontstaan hartfalen (NT-proBNP >125 pg/ml; BNP >35 pg/ml).


*Zelf ben ik van mening dat bij twijfel of er sprake is van hartfalen (systolisch dan wel diastolisch) er altijd indicatie bestaat voor aanvullend echocardiografisch onderzoek. Let wel op dat “verdenking” op mogelijk hartfalen niet enkel moet berusten op een verhoogde waarde van het NT-proBNP.


Het NT-proBNP is zowel verhoogd bij HFrEF (systolisch hartfalen) als bij het HFpEF (diastolisch hartfalen) en kan zelfs al verhoogd zijn bij een zekere mate van diastolische LV dysfunctie (3). Verder wordt na (intensieve) sportbeoefening ook vaak een verhoogde waarde gezien van het NT-proBNP (4).

Referenties:

  1. McCullough PA, Omland T, Maisel AS. B-type natriuretic peptides: a diagnostic breakthrough for clinicians. Rev Cardiovasc Med. 2003;4:72-80.
  2. NHG-standaard hartfalen 2010
  3. Carsten Tschope, Mario Kasner, et al. The role of NT-proBNP in the diagnostics of isolated diastolic dysfunction: correlation with echocardiographic and invasive measurements. European Heart Journal 2005;26:2277–2284
  4. Thamsborg G, Storm T, Keller N, et al. Changes in plasma atrial natriuretic peptide during exercise in healthy volunteers. Acta Med Scand 1987;221:441-4.

Heeft u inhoudelijke vragen aangaande het onderwerp van deze nieuwsbrief? Stuurt u dan gerust een email naar communicatie@hartkliniek.com.

Lees hier meer nieuws

Ervaringen met het gebruik van de risico-calculatoren via u-prevent.nl

U-Prevent is gebaseerd op data van meer dan 700.000 patiënten uit verschillende trials in binnen- en buitenland. [...]

Posturaal orthostatische tachycardiesydroom (POTS)

Patiënten die wanneer ze vanuit een liggende naar staande-houding gaan merken dat de hartslag plots fors omhoog gaat hebben te maken [...]

Vroege mechanische complicaties van een myocardinfarct

De afgelopen decennia zijn de behandelingsmogelijkheden van een acuut myocardinfarct door de opkomst van percutane coronaire [...]