Maak een afspraak: 088 - 500 2000

Over een Wolff-Parkinson-White patroon en syndroom


   
Figuur 1. Doorsnede van het hart met een
accessoire bundel in de linker vrije wand.

Het WPW-syndroom (syndroom van Wolff-Parkinson-White) is een aangeboren hartritmestoornis. De geleiding van een elektrische prikkel van de atria naar de ventrikels loopt normaliter via het systeem van de AV-knoop, bundel van His, bundeltakken en Purkinje- vezels. Bij een WPW is er sprake van een abnormale extra elektrische verbinding tussen de boezems en de kamers: de accessoire bundel (Figuur 1). Via deze bundel kunnen de elektrische prikkels een omweg nemen. Ze gaan dan niet allemaal door de AV-knoop. Daarnaast vertraagt de accessoire bundel de prikkel niet zoals de AV-knoop dat wel doet. De elektrische prikkel kan dan sneller naar de ventrikels worden voort geleid. Dit noemt men pre-excitatie. Hierdoor kunnen gevaarlijke ritmestoornissen ontstaan, bijvoorbeeld indien er in de boezems ook (aanvallen van) atriumfibrilleren aanwezig zijn. Het hart klopt tijdens een aanval erg snel, vaak meer dan 200 slagen per minuut. De kans op plotse hartdood is dan aanwezig. Deze kans is vooral groot indien de accessoire bundel een korte refractaire periode (de periode waarin geen elektrische prikkels kunnen worden voort geleid) heeft.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen patiënten met het WPW-'syndroom' en patiënten met een WPW-'patroon' op het ECG. Van een WPW-syndroom is sprake als een WPW-patroon op het ECG gepaard gaat met symptomen, meestal ten gevolge van tachy-aritmie. Symptomen die kunnen optreden tijdens een aanval zijn: hartkloppingen, duizeligheid en (neiging tot) flauwvallen en kortademigheid en pijn op de borst. Echter niet iedereen met het syndroom van Wolff-Parkinson-White heeft deze klachten. Veel mensen weten niet eens dat ze de aandoening hebben. Dit komt omdat het WPW-syndroom niet altijd direct ritmestoornissen veroorzaakt. Die ontstaan vaak pas op latere leeftijd



Figuur 2: Een deltagolf ontstaat door vroege repolarisatie van de kamers via de accessoire bundel. 

Op het ECG is een WPW-patroon te herkennen als een delta golf. Het QRS-complex is dan verbreed (>0.1 sec) en ook is de PQ-tijd verkort (<0.12 sec). Het komt voor dat een ECG wijst op een WPW-syndroom, maar dat de patiënt nooit last heeft van ritmestoornissen. Dan is onderzoek en behandeling niet altijd nodig. Zijn er aanwijzingen voor ritmestoornissen? Dan beoordeelt de cardioloog met een elektrofysiologisch onderzoek (EFO) of behandeling (ablatie) nodig is.



Mai Ngo, cardioloog HartKliniek


Heeft u een inhoudelijke vraag over het onderwerp van deze nieuwsbrief? Stuurt u dan gerust een mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.